Anders

Ik werd geboren uit een moeder Ik bloed als ik me snijd Ik huil als ik verdrietig ben Ik ben soms laat en soms op tijd Ik zweet bij koorts, bij sport en seks Ik schreeuw bij voetbal en bij pijn Maak kleine blunders, grote fouten Ben soms om alleen te zijn Ben ik boos: blijf uit mijn buurt Ben ik vrolijk, lach dan mee Zeggen wat ik voel is - tja Stil zijn is oké Ik schaam me, maar dat is geheim Zeg dingen die ik niet echt meen Ik droom van vliegen en van vallen Wil hier weg, weet niet waarheen Ik werd geboren uit een moeder En ooit zal ik gestorven zijn Jij en ik, we zijn veel meer hetzelfde dan we anders zijn

Muis


“Het knaagt”, sprak moeder muis. Er was bijna weer een dag voorbij.
“Dat is de leeftijd”, zei vader. “Wees dankbaar dat het tanden heeft.”
“Het gaat te hard. Te snel. Gister nog smeekte het om mijn melk.”
“Dat was twee weken geleden.”
“Het gaat te hard. Te snel”, zei moeder weer. Ze keek naar de ademhaling van het jong. Het smakte bij het dromen en stuipte met een pootje alsof het door gesmolten boter zwom. Met elke inademing opende het bekje, waardoor de nog tandjes zichtbaar werden. Wit nog, scherp genoeg om bot te breken.
De laatste overlevende van deze worp. Zo slecht was nog geen worp geweest.
“Zullen we-”
“Nee”, zei vader.
“Alleen deze?”
“Nee.”
“Een meisje.”
“Niet!” piept vader. “Ik wil het niet weten! Dat je kijkt! Dat je kijkt, dat is al erg genoeg. Je hebt beloofd het niet met mij te delen.”

Vader rolde zich op en sloot zijn ogen. Moeder keek naar haar stilleven tot het licht werd uitgedaan. Daarna, in het donker, gaf ze haar dochter toch een naam.